bezinning internetgebruik
Interactie
Internet en virtuality
Normen
Informatie raadplegen
Eerste communicatie revolutie
Tweede communicatie revolutie
Zingeving
Altijd bereikbaar
Virtualiteit en normativiteit
Vlucht in het virtuele
Conclusie
P. de Wolf
|
Het instituut voor Cultuurethiek bracht een lijvig rapport uit met een diepgaande doordenking van het gebruik van de multimedia in het licht van de Schrift. Ons bestuurslid P. de Wolf, werkzaam bij het RD-net, schreef onderstaande uiteenzetting over dit rapport. Doordenking onder ons is heel wezenlijk. In hoeverre vinden binnen de gemeente, gespreksgroepen, catechese e.d. gesprekken erover plaats? Bijgaand verslag kan aanzetten geven.
Media krijgen door de toenemende integratie van informatie- en communicatietechnologie een steeds sterker interactief karakter. Er ontstaat een interactie tussen de gebruiker en het medium. Ook krijgen de interactieve media een grote invloed op de informatie-uitwisseling en sociale omgang. In de maatschappij van vandaag staat technische beheersing, individualisering, schaalvergroting, pluralisering en netwerkvorming centraal. Daarom is kritiek op internet, mobiele telefonie, en virtual reality ook kritiek op de huidige postmoderne cultuur. Men kan dan ook niet volstaan met een loutere afwijzing van de interactieve media als zodanig. Door het alleen afwijzen van deze media gaan we ook voorbij aan de positieve toepassingen van informatieoverdracht en communicatie. Het helemaal afwijzen van de informatie- en communicatietechnologie betekent dat men dan zich helemaal terug moet trekken in het isolement. Het wel gebruiken betekent daarentegen wel dat men moet leren omgaan met de negatieve maatschappelijke gevolgen van deze media. Voor christenen ontstaat er dan, net als op andere terreinen, een fundamentele spanning tussen het ‘in de wereld zijn' en het ‘niet van deze wereld zijn'. Daarom: een verantwoorde omgang met deze nieuwe informatie- en communicatietechnologie moet men in de praktijk ontwikkelen. Ethische bezinning en praktisch handelen werken dan ook nauw samen.
Bij de discussie rond internet en virtual reality komt in de eerste plaats het visionair karakter op de voorgrond. Er wordt een nieuwere, betere wereld voorgesteld, alles is maakbaar, goed en kwaad. Of het heeft te maken met het einde van de westerse beschaving, geen onderscheid meer tussen werkelijkheid en schijn. In de tweede plaats hebben de debatten een formele en morele lading. Dit mag wel en dat mag niet. Aan de hand van regelgeving (Tien Geboden) tracht men de aangeboden informatie te selecteren. Maar een systeem dat niet aan de normen voor informatie en communicatie voldoet is en blijft een slecht systeem, ook al worden bepaalde typen informatie geweerd.
Welke normen en waarden gelden er voor de informatie en communicatie door het gebruik van interactieve media? Werken ze dan belemmerend of ondersteunend? Daarbij geldt ook dat verantwoord gebruik van interactieve media deel uit maakt van de geestelijke strijd waar een ieder bij betrokken is. Interactieve media zijn niet neutraal. Door de vormgeving en structuur sturen ze het menselijk gedrag. Interactieve media kunnen door onderlinge informatieuitwisseling en communicatie zowel ondersteunen als wel frustreren. Zo zit er aan iedere handeling wel een aantal aspecten die getoetst kunnen worden aan de normen en waarden. En de aspecten geven aan het menselijk handelen ook zin en betekenis. De normen en waarden moeten als het goed is overeenkomen met de waarheid uit de Bijbel. Daaruit afgeleid moet ook internet en virtual reality getoetst worden.
Interactieve media wordt gebruikt om informatie te raadplegen. Voorbeeld is het World Wide Web. Internet is een wereldwijde bibliotheek met allerhande informatie. We zouden zeggen op bijna elke vraag kan een antwoord gevonden worden. Bij het opzoeken van die informatie kunnen problemen optreden. Allereerst doordat we aan het surfen gaan. We zijn dan ongecontroleerd aan het rondzwerven op internet. We laten ons meevoeren op informatiegolven. Het is vrijblijvend en betekenisloos heen en weer zappen. Is dat tijdsbesteding in het licht van de eeuwigheid? Een ander probleem is informatie overload, wat betekent dat er een overvloed aan informatie is, de kwaliteit gaat daardoor omlaag. Daarnaast laat de gedateerdheid van de informatie soms te wensen over. In de tweede helft van de 19e eeuw kwam de communicatie tussen verschillende apparaten tot ontwikkeling: telegraaf en de telefoon. Er kwam een communicatie revolutie. Voorbeelden van de revolutie: Elektronisch: telegraaf en telefoon, Chemisch: foto, dia, film Radiografisch: geluid, beeld, radio, tv. Mechanisch: grammofoonplaat Magnetisch : geluidscassette, video, Optisch: CD, CD-rom, DVD. Bij het gebruik van de audiovisuele middelen met geluid en beeld is de contextualisering van groot belang. In tegenstelling tot het gesproken woord of geschrift bezitten beeld en geluid een hoge mate van directheid. Je bent op een directe wijze bij het gebeuren betrokken. Er wordt weinig overgelaten aan de verbeelding van de toeschouwer of luisteraar. Het is dan ook sterk confronterend, maar ook afstompend en het wordt onvoldoende verinnerlijkt. Wat wel blijvend meegenomen wordt, is bijvoorbeeld de Reality-TV Het gaat een hele lange tijd mee in onze gedachten, dat is nou juist de kracht die Reality weet op te wekken. De tweede communicatierevolutie voltrok zich in de tweede helft van de 20e eeuw: mobiele telefonie, cd-rom en internet. Er vormden zich twee onderscheiden gebieden: een gebied met een digitaal karakter en internetactiviteit. Voorheen waren pers en televisie gescheiden circuits. Maar door digitalisering kan informatieoverdracht worden geïntegreerd in één multimediasysteem, in één toestel. Daardoor komt er een integratie van telefoon, televisie en computer. Van die informatie kunnen nu exacte kopieën gemaakt worden zonder verlies van de inhoud. Daarnaast komen tekst, beeld en geluid in een nieuwe compositie. Deze worden samengevoegd tot één geheel. Dit werd al handmatig gedaan, maar nu is dit ook technisch mogelijk. De bewerking van informatie neemt drastisch toe. Originele en bewerkte documenten zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden. Het wordt dan ook moeilijk om op het origineel terug te vallen. Door dit alles neemt ook de productiesnelheid van de informatie toe.
De inhoud van de teksten kan nu veel meer interactief worden gebruikt.
Er ontstaat dan een interactie tussen de boodschap en de gebruiker. Men
zoekt na lezing zelf een rode lijn van het verhaal. De interactieve wijze
van informatie raadplegen geeft ook mogelijkheden om juist die informatie
aan te leveren die men op dat moment nodig heeft. De kenniswerving wordt
dan meer een zaak van de lezer zelf. En de informatie zelf wordt oppervlakkiger
en schreeuweriger, het moet direct boeien anders is men al weer bij het
volgende document c.q. site. Door deze interactiviteit ontkomt men niet
aan een verlies van de zingeving. |
Door internet en mobiele telefonie worden nieuwe vormen van communicatie mogelijk in vergelijking met de brief, telecommunicatie en massacommunicatie. Door e-mail en mobiele telefonie zijn personen direct bereikbaar, ongeacht de plaats waar ze zich op een bepaald moment bevinden. Door telewerken, televergaderen, teleleren en telewinkelen ontstaat bovendien een nieuwe elektronische infrastructuur waardoor onderscheidingen als privé en publiek, openbaar en besloten opnieuw moeten worden doordacht. Door deze nieuwe mogelijkheden staat de omgang met mensen centraal. De mensen willen overal bereikbaar zijn. Bij deze ontwikkelingen moet er wel voldaan worden aan de omgangsnormen met elkaar, zoals deze in Bijbels licht behoren te zijn. Dat dit niet lukt, ligt niet aan de technische mogelijkheden, maar wel aan verdorvenheden in de mens. Met behulp van internetblokkers kan veel geregeld worden, maar niet alles. Het vraagt dan ook heel wat van de mensen zelf die met internet en virtual reality omgaan.
Door zakcomputer, mobiele telefoon en chipkaart wordt de mens steeds meer tot een wezen wat verbonden is aan apparaten. Op zich hoeft dat niet bezwaarlijk te zijn. De techniek kan de mens dienstbaar zijn en zakcomputer en mobiele telefoon kunnen net zo vertrouwd worden als horloge en bril. Vanwege de technocratische grondhouding die onze cultuur aandrijft, bestaat echter het gevaar dat menselijk leven en samenleven steeds meer door de techniek beheerst wordt, dat nieuwe elektronische middelen aangewend worden om mensen te controleren en te manipuleren. Met behulp van informatietechnologie kunnen bepaalde normen en gedragscodes in apparaten worden geobjectiveerd. Voorbeelden daarvan zijn de V-chip of violence-chip en internetblokkers als Cyberpatrol en Surfwatch. Met behulp van deze middelen kan geweld, pornografie en racisme voor een groot deel worden geweerd. Hierdoor wordt het mogelijk om een relatief veilige leeromgeving op internet te creëren. Deze middelen kunnen de opvoeding echter niet vervangen. Opvoeding en onderwijs zullen er juist op gericht moeten zijn om de jongeren op te voeden tot eer van God.
Het onderscheid tussen reëel en virtueel, werkelijkheid en schijn, is
niet adequaat om het gebruik van virtual reality technieken te veroordelen
dan wel goed te keuren. Een belangrijk criterium is of de virtuele werkelijkheid
die in een computersimulatie of een vr-spel wordt opgeroepen ook een verrijking
of verdieping inhoudt van onze dagelijkse ervaring. Virtual reality mag
geen vlucht betekenen uit de weerbarstigheid van het dagelijks bestaan.
Het mag ook niet tot middel worden om mensen te manipuleren. Bij het vormen
van een oordeel over virtual reality dient primair gelet te worden op
de wijze waarop naar de werkelijkheid buiten het ontwerp wordt verwezen.
Daarbij speelt ook het realiteitsgehalte van de simulatie een belangrijke
rol. Hoe realistischer de simulatie, hoe meer het aankomt op de wijze
van representatie. Op grond van deze criteria moet een belangrijk deel
van de vr-spellen worden afgewezen.
De informatie en communicatietechnologie is in onze huidige maatschappij niet meer weg te denken. Op alle mogelijke manieren worden we ermee geconfronteerd en bezetten deze technische verworvenheden ons leven. We worden door deze ontwikkelingen in een zekere mate geleefd. Alleen door te beseffen dat wij als mensen deze middelen mede geconstrueerd hebben, geeft ons de mogelijkheid om er op een juiste wijze mee om te gaan. Dat wil niet zeggen dat het de juiste manier is. Want die manier behoort te zijn zoals in de Bijbel wordt weergegeven: niet van de wereld, maar wel in de wereld: "Wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen".
Bron: |
Contents / Inhoud © 1998 - 2003 St. Reformatica |
|||||||