De trap kraakt. Boven, aan een enorme overloop, liggen enkele vertrekken. Een stokoude deur geeft toegang tot zijn studeerkamer die meteen zijn sterfkamer werd. Aan een van de wanden hangt daar een briefje: "Wandelaar, sta even stil. Tegen deze muur stond het bed waarin de eerwaarde man Philipp Melanchthon stierf, op 19 april 1560, om 8.45 uur". Bedompte museumlucht wordt zwaar van een oud verleden. Maarten Luther: "Kom Philipp, laten we psalm 46 nog eens zingen"
Een bouwer, een planter, een zaaier
Door J. van 't Hul
![]()
Het "Melanchthonhaus", helemaal aan het einde van de Collegienstrasse in Wittenberg. Zijn leven krijgt hier kleur en fleur. Het gaat een beetje leven allemaal. Hoe hij geboren werd in 1497, hoe hij schoolging in Pforzheim, hoe hij als student werd ingeschreven aan de universiteit van Heidelberg, hoe hij leraar werd in Tübingen, daar trouw studeerde in Gods Woord, en hoe hij uiteindelijk op 22 jarige leeftijd benoemd werd tot professor in de Griekse taal te Wittenberg. Daar werd ook voor hem het nooit ophoudende ritme uit de Bijbel waar: En hij stierf. In dit bed, tegen deze muur, op 19 april 1560, 's ochtends om 8.45 uur.
Wittenberg. Daar verschijnt ook Maarten Luther. Men kan hém nooit uit Melanchthons leven wegdenken en zonder hem zou de geschiedenis wellicht nooit aandacht aan Wittenberg hebben besteed. Luther beschouwde deze stad als het "Sodom van Duitsland". Hij schreef aan zijn vrouw ·Ik zal Wittenberg niet opnieuw betreden". Melanchthon echter schreef: ·Ik voel mij in deze plaats als in mijn vaderstad. Hier heb ik met de meest voortreffelijke mannen in verbinding gestaan en samen met hen gearbeid". Elders schrijft Melanchthon over Wittenberg als ·een groot dorp met geringe dorpshutten, opgebouwd met behulp van leem en met strooien daken".
Psalm 46
Wittenberg toen. Een residentiestadje met zo'n drieduizend inwoners, rustig voortdommelend aan de oevers van de Elbe. Een schoon en levendige oordje waarvan Frederik de Wijze keurvorst was. Voor de kerkgeschiedenis is van belang dat juist in dit Wittenberg een universiteit stond die als de grootste hogeschool van Duitsland zeer werd geprezen. Die universiteit ("Leucora", dat is Grieks voor "Witte bergen") staat er nog (ook aan de Collegienstrasse) en werd recent geheel gerestaureerd. Daar gaven ze les, Maarten Luther en Philipp Melanchthon. En waren ze samen eens terneergedrukt door vele wederwaardigheden, dan sprak Luther tot zijn vriend: "Kom Philipp, laten we de 46e psalm nog eens zingen".
Het Wittenberg anno nu is vooral een Lutherstad, veel meer dan een Melanchthon stad in elk geval. Je kunt er, als je dat wilt, rondgeleid worden door in Lutherkostuum gestoken gidsen die linea recta wijzen naar het Augustijnerklooster waar Luther als onbekende monnik zijn intrek nam, en naar de Luthereik die geplant werd op de plek waar indertijd pauselijke boeken aan de vlammen werden prijsgegeven, en naar de Marienkirche waar Luther zo graag preekte. Maar vlak voor de Marienkirche, op de Wittenberger Markt, staan ze plotseling allebei, Luther én Melanchthon. Vanonder eerbiedig aangebrachte baldakijntjes kijken de monumenten van het beroemde koppel op het marktgewoel uit.
Oorlogen
Philipp was Maartens grootste vriend, zijn trouwste volgeling. Over die vriendschap met Luther schreef Melanchthon: Martinus is mij liever dan mijn leven; wie mij van hem aftrekt, zou mij de dood aandoen.
Melanchthon was de vriendelijke vredestichter, de altijd wat toegeeflijke bruggenbouwer, volgens kenners "de fijnste geleerder der Reformatie" en de irenische bemiddelaar, die altijd twee polemiserende partijen zocht bijeen te brengen. Het liefst onthield hij zich van de strijd en zocht hij de vrede.
Daarin ging de tengere en bedeesde man soms erg ver. In 1530 verklaarde hij in Augsburg: ·Wij hebben niet één dogma dat verschilt van de Rooms Katholieke Kerk". Dat zou Luther zo nooit gezegd hebben! Het ging er bij Maarten soms waarlijk Pruisisch aan toe! ·Ik denk", schreef hij aan een van zijn andere vrienden, ·dat ze in Rome allemaal dol, dwaas, gek en waanzinnig zijn geworden, en dat het narren zijn, ja, zelfs de hel en de duivel zelf".
Ziende op de verschillen in hun karakter, schreef Maarten Luther: ·Ik ben geboren om met de duivel te oorlogen; daarom zijn mijn boeken veel stormachtiger en oorlogszuchtiger. Ik moet houtblokken kloven en stammen uitroeien, doornen en heggen omhakken en de moerassen aanvullen. Ik ben de grote woudrechter, die baan moet breken. Maar Magister Melanchthon gaat stil en eenvoudig zijn weg, hij bouwt en plant, zaait en begiet met lust, zoals God hem de gaven daartoe gegeven heeft".Ziekte
In 1540 werd Melanchthon geplaagd door een ziekte. Het kan dienen als treffende illustratie voor de verhouding tussen beide doctoren. Melanchthon was zo ziek dat hij spreken noch eten kon. De keurvorst zond Luther in grote haast naar het ziekbed. Aangekomen bij zijn vriend, riep Luther uit: ·God, bescherm ons, zie hoe de duivel dit lichaam heeft aangetast!" ·Toen greep hij Melanchthon bij de hand en zei: ·Houd moed, Philippus, je gaat niet sterven... Hij gaf het leven aan de grootste zondaren... des te minder zal Hij jou, mijn Philipp, verstoten en in zonden en zwaarmoedigheid laten verderven. Geef jezelf niet over aan deze melancholie en maak je niet tot een zelfmoordenaar... vertrouw op de Heere... Die alles genezen kan".
Toen Melanchthon even bijkwam, zei deze: ·Laat mij toch sterven". Luther weer: ·Niks daarvan, Philipp, jij moet onze Heere God nog meer dienen".
Toen Philipp weer begon te eten - maar niet goed genoeg naar Luthers zin - , zei hij: Luister Philipp, jij moet eten, of ik doe je in de ban". (Uit: "Niets menselijks is mij vreemd; leven en werk van Philippus Melanchthon, door Derk Visser; uitg. De Groot Goudriaan, Kampen).
Barbier
In 1560 kwam het einde. Hoewel hij er eigenlijk te zwak voor was, reisde hij nog eenmaal naar Leipzig om daar theologische examens af te nemen. Dr. W. J. Kooiman weet daarover in zijn biografie over Philipp Melanchthon (Amsterdam, 1963) de nodige bijzonderheden te melden: Hij klaagde over de kou: De vorst heeft me de hele winter niet zo gehinderd als nu, zei hij. Ik heb elk voorjaar last van vermoeidheid, maar nu kon het wel eens voor het laatst zijn". Ziek kwam hij thuis; hij moest zich te bed begeven. Maar telkens weer stond hij op, zette zich aan het schrijven, moest het opgeven, nam een boek uit de kast en legde zich weer neer in zijn reisbed, dat hij in zijn studeerkamer had laten opslaan. Zelfs sleepte hij zich nog een keer naar de gehoorzaal om college te geven, maar na een kwartier moest hij ophouden, middenin de brief aan de Romeinen, die hij voor de veertiende maal bezig was uit te leggen".
De negentiende april zou zijn sterfdag worden. Hij voelde het. Hij liet de barbier komen om zijn haar te knippen en z'n baard bij te werken. Toen trok hij naar gewoonte drie schone linnen hemden aan. De koorts nam toe. Hij bad zijn dagelijkse gebed voor de kerk, een heel lang stuk dat hij opgeschreven had, zoals hij in de laatste jaren veel gebeden had uitgeschreven, ook voor anderen die hem er om vroegen".
Morgenrood
Kooimans beschrijving van Melanchthons einde besluit zeer gedetailleerd: Peucer (de schoonzoon van Melanchthon, red.) boog zich over hem heen: Wenst u nog het een en ander?" Het antwoord luidde: ·Niets dan de hemel en vraag me nu zulke dingen niet meer". Een paar honderd studenten stonden in diepe stilte voor de deur van zijn huis. Terwijl zijn vrienden uit de Bijbel voorlazen en zijn lippen onhoorbare gebeden prevelden, sliep hij in".
"Ik zal gaarne uit dit leven scheiden, wanneer het Gods wil is", had Melanchthon geschreven, "zoals een wandelaar in de nacht wacht op het morgenrood, zo verlang ik vurig naar het licht van de hemelse academie".
Onder zijn paperassen vond men een papier, kort voor zijn dood beschreven. Het was niet voor publicatie bedoeld, maar voor eigen meditatie. Het was een Latijnse tekst. ·Redenen waarom je niet bang hoeft te zijn voor de dood", stond er boven. In het midden stond een streep. Links van de streep stonden de negatieve redenen, rechts van de streep de positieve redenen. Links stond onder meer: ·Je zult bevrijd worden van de plagerij en de razernij der theologen". Rechts: ·Je zult Gods Zoon door aanschouwing leren kennen".
Kruidentuin
Het "Melanchthonhaus" in Wittenberg. Een prachtig burgermanshuis uit de zestiende eeuw. Melanchthon kreeg het cadeau van keurvorst Johann Friedrich. Het werd in de jaren tachtig van onze eeuw opgeknapt, maar verkeert overigens nog exact in originele staat. Met het oog op dit herdenkingsjaar is het huis, sinds 1967 ingericht als museum voor Philipp Melanchthon, opnieuw gerenoveerd. Het zal op 15 april worden opengesteld. Achter de woning ligt nog zijn tuin. Een vierhonderd jaar oude eik werpt dikke takken naar omhoog. Er is ook een groenten en een kruidentuintje.
Binnen klinken holle voetstappen. Bezoekers schuifelen fluisterend van het ene vertrek naar het andere, van vitrines en oude gravures naar schilderijen en gedenkpenningen. En dan vooral de trap op, naar de eerste etage. In de sterfkamer vallen ze allemaal stil.
Hier studeerde Melanchthon ook wel. Zwijgend staan zijn tafel en zijn Bijbel te getuigen van een beter verleden. Hebben ze hier bijeengezeten, Luther en de zijnen, na de vertaling van het Nieuwe Testament in het Duits, om ook het Oude Testament over te zetten? Een verdieping hoger loopt een expositie over de Universiteit van Wittenberg (1502 - 1817). Melanchthon was daar, zo blijkt, de best betaalde professor. Hij beurde jaarlijks 400 D mark : een koe kostte in die dagen 3 D mark, een kalf nog een D mark minder.
Zijn tombe
In de slotkerk van Wittenberg, sinds vorig jaar geplaatst op de Wereld Erfgoedlijst van cultuurmonumenten, liggen de beide nijvere professoren begraven. Aan de hoge wanden van de universiteitskerk hangen hun olieverfschilderijen. Ter hoogte van de preekstoel staan hun kleine, eenvoudige stenen tombes. Op Melanchthons graf staat: "Hier ligt begraven het lichaam van de vrome man Philipp Melanchthon, die in het jaar onzes Heeren 1560 op 19 april in deze stad stierf, nadat hij 63 jaar, 2 maanden en 2 dagen geleefd had".
Een enkele passage uit Melanchthons onvoltooid gebleven testament: "Intussen smeek ik dat Hij dit klein beginsel des geloofs door Zijn Heilige Geest, omwille van de Middelaar, in mij bevestigen moge. Wel ben ik over mijn zonden bekommerd, maar ik acht de dood des Zoons Gods hoger, zodat de genade meerder is dan de zonde".
Meer informatie over de Melanchthon herdenking in Duitsland: Duits Verkeersbureau, Hoogoorddreef 76, 1101 BG Amsterdam, tel. 020 6978066.