![]()
Boek 1 en 2 van Institutie nu van de pers
Werkgroep zoekt steun voor Calvijn in Russisch
Van onze kerkredactieHATTEM/AMSTERDAM - 6 maart 1997
De Nederlandse werkgroep "Calvijn voor Rusland" gaat zich inzetten voor financiële steun voor de uitgave van Calvijns Institutie in het Russisch. Daarmee wordt gepoogd de voortgang van het vertaalproject veilig te stellen.
Het initiatief van het vertaalproject is afkomstig van de Christian Reformed Church (CRC) in Amerika, die sinds 1992 hieraan werkt. De CRC is al geruime tijd bezig om financiële steun buiten de eigen kerk voor dit project te verwerven. Vorig jaar kwamen er plotseling fondsen los voor dit project. Toch bleef extra steun nodig.
Eindredacteur ds. E. Grosman van de vertaalgroep kwam vorig jaar in Nederland om steun te vragen in kerkelijk Nederland. Dr. John de Jager, voorzitter van de literatuurafdeling van de CRC, kwam tijdens een van de reizen in Nederland in contact met de gereformeerd vrijgemaakte kerk van Hattem, die zendingswerk verricht in Kiev (Oekraïne). Vanuit Hattem is er een werkgroep opgericht die nu een financiële actie start. Van de pers
Deze maand zullen boek 1 en 2 van de Institutie van de persen rollen. Het gaat om een eendelige versie in een oplage van 20.000 exemplaren. Volgens drs. A. Zijlstra uit Amsterdam, die al lang betrokken is bij het project en contacten heeft met zowel de CRC als de christelijke onderwijsinstelling Open Christianity in Sint Petersburg, duurt het nog zeker anderhalf à twee jaar voordat het hele project voltooid is. "Gezien de onzekere situatie in Rusland ten aanzien van de vrijheid van godsdienst en onderwijs, is het van belang dat het project niet te lang duurt", aldus Zijlstra. "We weten niet of het mogelijk is het werk over twee jaar nog in Moskou te laten drukken. Snel publiceren lijkt relevanter dan nog langer te werken aan de verbetering van de vertaling, die op dit moment kwalitatief erg goed is. Maar vooral voor de eindredactie van deel 3 en 4 is nog veel tijd nodig".
De actie van de werkgroep wordt aanbevolen door een comité, bestaande uit dr. ir. J. van der Graaf, ds. C. Harinck, prof. drs. B. Kamphuis, prof. dr. ir. E. Schuurman en prof. dr. W. van 't Spijker.