![]()
Op 25 april voorafgaand aan zijn sterven dicteert Calvijn aan de notaris zijn testament.
Calvijn’s testament begint als volgt:
"In de naam van God. Ik, Jean Calvin, dienaar van het Woord Gods in de kerk van Genčve, voel mij door verscheidene ziekten zo uitgeput, dat ik niet anders kan denken dan dat God mij spoedig uit deze wereld wil wegnemen.
Allereerst dank ik God, dat Hij niet alleen zich over mij, zijn arm schepsel, erbarmd heeft en mij heeft gehaald uit de afgrond van de afgoderij, waarin ik was verzonken, om mij te trekken in het licht van het Evangelie... en mij in alle zonden en zwakheden verdragen heeft, maar dat Hij mij ook, wat veel meer is, de genade geschonken heeft, Hem door mijn werk te mogen dienen.
Ik verklaar dat ik mij, naar de mate der genade, die mij geschonken is, heb beijverd zijn Woord zuiver te verkondigen en de Heilige Schrift trouw uit te leggen. In alle strijd die ik tegen de vijanden der waarheid voerde, ben ik niet met list of sofisterij te werk gegaan, maar heb ik zijn zaak zuiver verdedigd."
![]()
Calvijn ligt begraven op het kerkhof Plain-Palais in Genčve. De zeer eenvoudige grafsteen op het graf van Johannes Calvijn († 27 mei 1564) vermeldt slechts de letters J.C.
Uw tocht langs de gedenkplaatsen is ten einde. We wensen u een nog leerzaam verblijf op onze "Calvijnsite"toe!
Ga door naar de INDEX pagina!