Calvijn wenste de éénheid in de beweging van de Reformatie te bewaren.Het bleek mogelijk op het punt van het Avondmaal tot een overeenstemming te komen met de Zwinglianen.
In 1549 kwam er een consensus tot stand tussen Calvijn en Bullinger te Zürich, de Consensus Tigurinus.
Calvijn en Bullinger werden het er over eens, dat de Heilige Geest voor degenen, die gelovig aan het Avondmaal deelnemen aan de tekenen van brood en wijn de genade verbindt.
Met de volgelingen van Luther lukte het niet een overeenstemming te bereiken.Reeds twintig jaar eerder, in het jaar1529, had over de verschilpunten inzake het Avondmaal tussen Luther en Zwingli een godsdienstgesprek plaats op het slot te Marburg.
Dit gesprek werd gehouden op inititiatief van Philips van Hessen.
De vorst beoogde meer politieke eenheid in de beweging van de Reformatie tot stand te brengen om zo in het geschil met keizer Karel V sterker te staan met het oog op de komende Rijksdag te Augsburg (1530).
Deelnemers waren naast Luther de theologen Melanchthon, Justus Jonas, Johannes Brenz, Osiander en andere.
Aan Zwingli's zijde stonden o.a. Oekolampadius en Bucer.
Het gesprek ging over de vraag op welke wijze Christus in het Avondmaal tegenwoordig is.
Over dit geschilpunt werd helaas geen overeenstemming bereikt.
Luther kon, volgens zijn zeggen, wèl Christelijke liefde jegens de Zwitsers opbrengen, maar geen broederlijke liefde.
Door dit onverbiddelijke standpunt in te nemen moet Luther als de oorzaak gezien worden van een blijvend verschil tussen de Luthersen en de Gereformeerden.De Lutheraan Joachim Westphal viel in 1552 Calvijns visie op het Avondmaal aan en veroordeelde deze als als "Zwingliaans".
Melanchthon weigerde in deze strijd, ondanks aandingen van Calvijn, partij te kiezen. Dit leide tot een definitieve breuk.
De antwoorden 47 en 48 in de Heidelbergse Catechismus dragen van deze tweespalt nog steeds de sporen.