Schermen met informatie

Een cultuurfilosofische analyse van de interactieve media

Jan van der Stoep
© 1997 Instituut voor CultuurEthiek

Hieronder volgt de samenvatting van het rapport Schermen met informatie.

Het rapport zelf ( 53pp.) kost f 19,90 (of  9 Euro) en is te bestellen bij:
Instituut voor CultuurEthiek
Puntenburgerlaan 85
3812 CC Amersfoort
tel. 033 - 465 1969
e-mail: ice@wxs.nl

Inhoudsopgave

Inleiding
1. Informatie en beheersing
2. Communicatie en sociale organisatie
3. Interactiviteit en virtual reality
4. Toepassingen
5. Normen

Inleiding

De laatste jaren doen zich tal van ontwikkelingen voor met betrekking tot informatie- en communicatietechnologie. Men kan geen krant of tijdschrift openslaan of men komt wel artikelen tegen over nieuwe media zoals mobiele telefonie, internet, elektronisch betalingsverkeer (chipknip), digitale televisie en 'virtual reality'.

In dit rapport wordt getracht een visie op deze ontwikkelingen te geven. Daarbij worden de nieuwe media in verband gebracht met ontwikkelingen die reeds eeuwen in onze samenleving gaande zijn (1/2). Tegelijkertijd laten we echter zien dat met het ontstaan van nieuwe media ook nieuwe trends worden ingezet (3). Ook wordt vanuit een christelijke geloofsvisie een richting gewezen met betrekking tot de huidige ontwikkelingen (4/5).

1. Informatie en beheersing

Belangrijk kenmerk van de nieuwe media is dat informatie- en communicatietechnologie steeds meer worden geïntegreerd. Niet alleen verbindt internet wereldwijd miljoenen computers met elkaar. Ook wordt het telefoonverkeer steeds meer door computers gestuurd. Daarnaast gebruiken TV-stations steeds vaker computertechnologie om hun programma's aan te bieden. Zo worden in de nieuwe media de voordelen van computer, telefoon en televisie gecombineerd. De nieuwe media bouwen daarmee voort op technische ontwikkelingen die reeds lang in gang zijn gezet.

In de computer worden zintuiglijke prikkels (beeld, geluid, tast) opgeslagen in afzonderlijke bits. Deze bits hebben een waarde nul of één, afhankelijk van het feit of bepaalde schakelingen in de computer open of dicht zijn. De waarde van de bits en de wijze waarop deze zijn gerangschikt, bepaalt welke letter, kleur of klank wordt weergegeven. Door de zintuiglijke ervaring van de werkelijkheid tot bits te reduceren, kan men zintuiglijke informatie op alle mogelijke wijzen bewerken. Men kan ervaringen oproepen en manipuleren. Dit opent vele nieuwe mogelijkheden, maar kan ook gebruikt worden om de werkelijkheid zoveel mogelijk naar de eigen hand te zetten.

Vanuit het wetenschappelijk-technisch beheersingsideaal probeert de mens de werkelijkheid met behulp van informatietechnologie zoveel mogelijk aan zich te onderwerpen. De computer wordt gebruikt om natuur en samenleving op wetenschappelijk-technische wijze naar de hand te zetten. De ontwikkeling van de computer wordt dan ook grotendeels bepaald door technische criteria. De verschillende computergeneraties worden voornamelijk onderscheiden aan de hand van de hoeveelheid informatie die ze kunnen opslaan (de geheugencapaciteit) en de snelheid waarmee ze informatie kunnen verwerken (de kloksnelheid). Met de grote waardering en verspreiding van de computer gaat men ook planten, dieren en mensen steeds vaker zien als informatieverwerkende wezens. De computer wordt zo een metafoor om mens en wereld te begrijpen. Het bepaalt het beeld dat veel wetenschappers en technici van de mens hebben.

2. Communicatie en sociale organisatie

De ontwikkeling van de communicatietechnologie is sterk verbonden met de organisatie van de samenleving. Met behulp van de agenda worden de verschillende sociale activiteiten planmatig in ruimte en tijd georganiseerd. Zonder een dergelijke planmatige organisatie kan bijvoorbeeld de telefoon nauwelijks goed functioneren. Men kan dan moeilijk inschatten waar iemand op welk tijdstip te bereiken is. Bovendien zijn communicatiemiddelen niet meer weg te denken uit onze samenleving. Zonder informatie- en communicatietechnologie is het vrijwel onmogelijk om de complexe organisatie van overheidsinstanties, ondernemingen en ziekenhuizen in stand te houden. Vaak worden de organisatieprocessen met de introductie van informatie- en communicatietechnologie echter nog gecompliceerder. Men meent met behulp van de computer het geheel toch wel te kunnen blijven beheersen.

Communicatiemiddelen dragen ertoe bij dat de actieradius van ons handelen steeds groter wordt. We kunnen in principe direct contact hebben met elke willekeurige plaats op aarde. Tegelijkertijd wordt hierdoor het samenleven versneld. Door de introductie van de fax moet men bijvoorbeeld nog sneller en flexibeler op inkomende berichten reageren. Tevens dringen de communicatiemedia steeds verder binnen in de intieme levenssfeer (telewerken, reality TV). Het wordt moeilijker om het publieke en private leven strikt gescheiden te houden.

Door effectief gebruik te maken van informatie- en communicatietechnologie lijken machtheb­bers de samenleving geheel te kunnen beheersen. En inderdaad zijn er vele mogelijkheden om met behulp van deze technieken mensen te manipuleren en de samenleving naar de hand te zetten. Dit bepaalt voor een belangrijk deel de weerstand die veel mensen hebben tegen electronische pasjes (smartcards) en de registratie van persoonlijke gegevens. Het schrikbeeld van een centraal controlerende instantie, een Big Brother die de samenleving tot in het intiemste levensbereik controleert, is echter minder realistisch. Vanwege het grensoverschrijdende karakter van de media wordt het voor regeringen steeds moeilijker het eigen grondgebied van de buitenwereld af te sluiten. Daardoor worden ze steeds afhankelijker van internationale ontwikkelingen. Bovendien blijkt het voor regeringsleiders nauwelijks mogelijk te zijn om met behulp van de media de publieke opinie effectief te beïnvloeden. Eerder worden hun gezag en geloofwaardigheid onder­mijnd door de beeldvorming in de media.         

3. Interactiviteit en virtual reality

Nieuwe mediatechnieken bouwen niet alleen voort op bestaande ontwikkelingen, waarmee ze tendensen als vertechnisering en individualisering versterken. Door de introductie van nieuwe media doen zich ook diverse nieuwe ontwikkelingen voor. Dit wordt met name veroorzaakt door het interactieve karakter van de nieuwe media. Interactief wil zeggen dat de gebruiker actief met het informatieaanbod kan omgaan.

Een duidelijk voorbeeld van interactiviteit vinden we op internet. Op internet hoeft men niet langer een tekst van begin tot eind te lezen. Daarentegen kan men door met de muis op bepaalde woorden of plaatjes te klikken van de ene plaats van een document naar een andere plaats springen. Soms is dat een andere plaats (site) in hetzelfde document. Soms is dat een compleet ander document, aangeboden op een computer die zich op een totaal andere plaats op aarde bevindt. Door deze zogenaamde hyperlinks kan iedere lezer zijn eigen verhaallijn uitstippelen, onafhankelijk van de oorspronkelijke bedoelingen van de auteur(s). Men kan die informatie selecteren die men interessant vindt. Bij het maken van internetdocumenten is het daarom belangrijk om goede links te leggen naar andere documenten zodat men de interesse van de internetgebruiker zoveel mogelijk stuurt.

Door de combinatie van beeld, geluid en tast kan met behulp van de computer een schijnwer­kelijkheid of virtual reality worden gecreëerd. Door gebruik te maken van een datahelm en datapak stapt men een nagebootste werkelijkheid binnen. Een schouwspel of film speelt zich nog voor de ogen van de toeschouwer af, zonder dat de toeschouwer hierbij actief kan ingrijpen (tenzij hij het geheel verstoort of de knop omdraait). Bij virtual reality wordt men daarentegen in de fictieve werkelijkheid opgenomen. Iedere beweging die de gebruiker maakt met het hoofd, de armen of de benen, wordt door de computer verwerkt en heeft zo invloed op de virtuele werkelijkheid om de gebruiker heen.

Bij de toepassing van virtual reality technieken wordt het moeilijk om nog duidelijk onderscheid te maken tussen schijn en werkelijkheid. Dit probleem doet zich echter ook voor buiten virtual reality toepassingen. Ook in de samenleving als geheel wordt het door de grote invloed van informatie- en communicatietechnologie steeds moeilijker om te onderscheiden tussen wat echt en wat schijn is. Onze visie op de wereld wordt bijvoorbeeld in hoge mate bepaald door de beeldvorming in de media. Zelfs in het natuurwetenschappelijk onderzoek wordt het steeds moeilijker te bepalen in hoeverre de apparatuur de waarneming beïnvloedt.

Vaak stelt men dat de wereld door het gebruik van nieuwe media steeds meer tot een dorp wordt, een global village. Dit beeld is echter onjuist. In plaats van één uniforme wereldwijde cultuur ontstaan op internet juist tal van subculturen. Mensen met een specifieke interesse die tot voorheen geen mogelijkheden hadden om elkaar te ontmoeten, kunnen nu gemakkelijk met elkaar in contact treden. Het aantal sekten en extreme groeperingen die zich op internet bewe­gen, is dan ook opzienbarend hoog. Zo bevordert internet een grote variatie aan levensstijlen en subculturen. Ook de levensvisie van mensen wordt steeds pluriformer. Uit de talloze beelden en boodschappen stelt men zijn eigen 'godsdienst' of levensbeschouwing samen. Onze cultuur gaat daardoor steeds meer polytheïstische trekken vertonen.

4. Toepassingen

Vanuit een christelijke visie moeten de veelal hoog gespannen verwachtingen rond internet in belangrijke mate worden gerelativeerd. Wanneer men onvoldoende oog heeft voor de sociaal-culturele achtergrond van de nieuwe media zal het gebruik hiervan de huidige problemen van onze samenleving (milieuvervuiling, kloof arm-rijk, individualisering) eerder versterken dan oplossen. Het is bijvoorbeeld nog maar de vraag of internet het auto- en vliegverkeer zal terug dringen en of door het gebruik van internet de problemen die met verkeer en vervoer samenhangen (milieuvervuiling, filevorming) kunnen worden opgelost. Ook moet men bedenken dat het grootste deel van de mensheid voorlopig nog niet beschikt over een telefoonaansluiting, laat staan over een toegang tot internet.

Dit alles wil echter niet zeggen dat de nieuwe ontwikkelingen van informatie- en communicatietechnologie niet vruchtbaar gemaakt kunnen worden. Met internet ontstaan allerlei nieuwe mogelijkheden om informatie aan anderen over te dragen. Ook worden mensen dikwijls sneller en gemakkelijker bereikbaar. Internet biedt zo nieuwe mogelijkheden om medechristenen te ontmoe­ten. Ook kan men via internet het evangelie op eigentijdse wijze verspreiden, mits men zich maar van de neveneffecten van het medium bewust is. Daarnaast biedt virtual reality technologie op diverse vakgebieden interessante mogelijkheden. Zo kan men bijvoorbeeld voor leerlingpiloten een echte vliegsituatie nabootsen. Ook zijn bepaalde vormen van  psychotherapie mogelijk (bijvoorbeeld om iemand af te helpen van zijn hoogtevrees).

5. Normen

Christenen hebben de verantwoordelijkheid om naast de vele aandacht die er is voor de technische aspecten van nieuwe media, juist ook de normen aan de orde te stellen waaraan deze technieken moeten voldoen. Omdat via internet mensen elkaar ontmoeten, zijn bepaalde normen en regels onontbeerlijk. Daarbij mogen we ons niet laten leiden door het beeld van de mens als louter informatieverwerkend wezen, maar moet de mens in zijn hele persoon serieus worden genomen. De vormgevers van informatie- en communicatietechnologie dienen zich bewust te zijn van de normen die bij het ontwerp in acht moeten worden genomen. Wanneer ze uitsluitend streven naar een technisch perfect ontwerp, doen ze aan de veelkleurigheid en normativiteit van het menselijk bestaan fundamenteel te kort. De vormgevers van informatie- en communicatiesystemen hebben daarom naast een technische ook een sociale verantwoordelijkheid.

Bij het aanleggen van normen voor internet is het van belang oog te hebben voor het specifie­ke netwerkkarakter hiervan. Omdat op internet grote hoeveelheden informatie kunnen worden aangeboden en kunnen worden gekopieerd, is het vrijwel onmogelijk om de informatiestromen op centrale wijze te controleren. Ook het internationale karakter van internet zorgt voor veel problemen. Dat wil echter niet zeggen dat normerend optreden van de overheid hierdoor onmogelijk is geworden. Allereerst nemen met de toegenomen mogelijkheden om informatie aan te bieden en te bewerken ook de mogelijkheden toe om de informatiestromen te reguleren. Daarnaast is het nog maar de vraag of de overheid als centrale instantie alle informatie op internet zou moet controleren. Ook zonder internet zou dat een haast onmogelijke opgave zijn. Het beeld van de overheid als centraal controlerende instantie wordt eerder ingegeven door het idee van een maakbare samenleving dan door een christelijke overtuiging. Nietemin blijft overheidsoptreden uiterst belangrijk. Geen enkele samenleving kan goed functioneren wanneer normen als gerechtigheid en zorg worden genegeerd. In het vervolg van het onderzoek hopen we hier verder aandacht aan te besteden.