 |
Informeren of construeren? (Samenvatting)
Inhoudsopgave:
ICT en identiteit
ICT en onderwijsorganisatie
ICT, onderwijs en samenleving
Door introductie van informatie- en communicatietechnologie (ICT) zal
het onderwijs ingrijpend veranderen. Het uitgangspunt van dit rapport
is dat computer en internet een belangrijke plaats in het onderwijs kunnen
innemen en zelfs noodzakelijk zijn, wil men de leerlingen adequaat op
hun toekomstige taak in de informatiesamenleving voorbereiden. Christelijke
onderwijsinstellingen kunnen bij de introductie van ICT een voortrekkersrol
vervullen, maar moeten daarbij ook oog hebben voor de bedreigingen en
ideologische achtergronden van ICT. Het aanleren van een kritische informatie-attitude
behoort een geïntegreerd onderdeel te zijn van het onderwijsprogramma.
De verschillende toepassingen van ICT kunnen niet over één
kam worden geschoren. Het maakt nogal verschil of ICT wordt ingezet als
object (computerkunde), als aspect (bv. computerboekhouden) of als medium
van onderwijs (hyperstudio, virtuele leeromgevingen). ICT kan ook worden
gebruikt om de structuur en de organisatie van het onderwijs zelf te veranderen.
Door computermonitoring kunnen studieresultaten worden geregistreerd om
daarmee de effectiviteit en efficiëntie van het onderwijs te verhogen.
Bij teleleren kunnen leraar en leerlingen via electronische netwerken
op nieuwe wijze met elkaar communiceren. De meest vergaande ontwikkeling
is het gebruik van de computer als vervanger van de docent.
Om als christelijke onderwijsinstelling een eigen koers te varen en vanuit
de eigen levensovertuiging een constructieve bijdrage aan de veranderingen
in het onderwijs te leveren, dient men zich ervan bewust te zijn dat de
introductie van ICT in het onderwijs verre van neutraal is, dat de huidige
ontwikkelingen binnen het onderwijs door ideologische motieven worden
gestuurd:
? Enerzijds worden veel ontwikkelingen gestuurd door een wetenschappelijk-technisch
beheersingsideaal, hetgeen zich uit in een eenzijdige nadruk op doelmatigheid.
Achter het wetenschappelijk-technische beheersingsideaal gaat een rationalistische
mensopvatting schuil, waarin de mens wordt gezien als een informatieverwerkend
wezen, die per tijdseenheid een bepaalde hoeveelheid gegevens kan verwerken.
? Anderzijds worden veel ontwikkelingen aangestuurd door een persoonlijkheidsideaal,
waarin de zelfwerkzaamheid, authenticiteit en creativiteit van mensen
centraal staat. Dit persoonlijkheidsideaal is nauw verbonden met een constructivistische
mensopvatting, waarin sterke nadruk wordt gelegd op toevallige omstandigheden
en persoonlijke interpretatie van gegevens. Beargumenteerd wordt dat beide
motieven een bedreiging inhouden voor de kwaliteit van het onderwijs.
Vanuit christelijk perspectief kan worden gesteld dat kennisverwerving
niet in abstracto plaats vindt, maar een gerichte activiteit is van een
concreet levend, denkend en handelend subject. Het verwerven van ?objectieve?
wetenschappelijke kennis, waarin zoveel mogelijk wordt afgezien van de
eigen motieven en belangen, vereist een meer dan gewone persoonlijke toewijding
en betrokkenheid. Ook wordt ons kennen altijd gedragen door een bepaald
grondvertrouwen, een geloof omtrent oorsprong, zin en doel van het bestaan.
Bij kennis gaat het niet alleen om inzicht in de gegeven situatie, maar
ook om inzicht in wat in deze situatie behoort te gebeuren. Kennis is
genormeerd, het schept verplichtingen en doet een beroep op de menselijke
verantwoordelijkheid. Kennis is niet louter contingent en subjectief,
maar bevat impliciet of expliciet altijd een waarheidaanspraak.
Uitgaande van het hier beschreven perspectief kunnen de volgende aanbevelingen
worden geformuleerd met betrekking tot ICT en onderwijs:
ICT en identiteit
? Internet betekent een nieuwe uitdaging voor het christelijk onderwijs
om zich naar buiten te profileren en via inter-institutionele netwerken
gerichte modules aan te bieden om zodoende de draagkracht en reikwijdte
van het christelijke onderwijs te vergroten.
? Internetblockers kunnen een zekere beschermende functie vervullen, maar
kunnen het persoonlijke toezicht van de onderwijsgevenden niet vervangen.
? De docent moet zich niet aanpassen aan externe ?opvoeders? die via de
verschillende media een aantrekkingskracht op de leerlingen uitoefenen,
maar zich toeleggen op een eigen authentiek getuigenis.
ICT en onderwijsorganisatie
? Niet de technisch-economische (effectiviteit/ efficiëntie) maar
de eigen pedagogische en didaktische normativiteit dient richtinggevend
te zijn bij de inrichting van het onderwijs.
? Meer nog dan in het klassikale onderwijssysteem, zal in het computergestuurde
onderwijs de persoonlijke betrekking tussen leraar en leerling centraal
behoren te staan.
? De overheid heeft een taak om het onderwijs te beschermen tegen de invloed
van het bedrijfsleven, dat door distributie van software en netwerken
een steeds grotere greep op het onderwijs dreigt te krijgen.
? Hoewel de overheid ten aanzien van de inrichting van het onderwijs terughoudendheid
heeft te betrachten, dient zij scholen te stimuleren een actief ICT-beleid
te voeren, om zodoende een tweedeling tussen ?information-haves? en ?information-have
nots? te voorkomen.
ICT, onderwijs en samenleving
? Het christelijk onderwijs moet vanuit de eigen levensovertuiging een
duidelijk oriëntatiekader bieden met behulp waarvan leerlingen gericht
informatie kunnen zoeken, kunnen interpreteren en op waarde kunnen schatten.
? Het christelijk onderwijs staat voor de uitdaging om in een samenleving,
waarin levensovertuiging steeds meer een bewuste keuze inhoudt, het geloof
als een levend en authentiek getuigenis over te dragen.
? Door een gerichte media-educatie dienen leerlingen bewust te worden
gemaakt van de mogelijkheden en beperkingen van de diverse media, de invloed
die deze media op de samenleving uitoefenen en de kansen en bedreigingen
die daarmee samenhangen.
|